Internationaal Jazzfestival Middelburg: een succes?

Het Internationaal Jazzfestival Middelburg speelde quitte, zo hoorden we van één van de organisatoren. En dat is eigenlijk al een mooi resultaat. Maar liever nog zou de organisatie meer publiek trekken. Daar doe je het tenslotte voor. Bovendien is de locatie – het Abdijplein te Middelburg – een schitterende plek voor de concerten. Misschien wel één van de mooiste van Nederland (maar misschien zijn we nu een beetje chauvinistisch). Hoe komt het dan, dat zelfs bij het slotconcert van Typhoon er slechts 600 bezoekers waren? Zou het aan de toegangsprijs kunnen liggen? Een dagkaart kost € 27,50 en dat lijkt ons niet te hoog. Er moet dus een andere reden zijn. De locatie is schitterend en kan het dus ook niet zijn. De datum dan: het Pinksterweekeinde. Zou kunnen. Er is dan al Pinkpop, dus de echte popliefhebbers (en Typhoon is beslist geen jazz maar pop) zijn dan niet in Middelburg te vinden. De programmering dan? Daar kun je wel wat op aanmerken. Niet zo zeer de kwaliteit van de artiesten en groepen die worden gepresenteerd. Staat allemaal op hoog niveau. Maar misschien wel de aard van de muziek, of liever de jazz.

Eric Ineke vertelde in een interview op NPO Cultura onlangs hoe hij het verschil ziet tussen de Amerikaanse jazz en de Europese Jazz. Hij zei “kenmerken van de jazz zijn de swing en de improvisatie. Amerikaanse jazz heeft dat allebei. De Europese jazz heeft nog alleen de improvisatie. De swing is eruit. Heel goede muziek, maar het doet je niets”. En daar gaat het om: muziek moet je iets doen. Als dat ontbreekt kan het technisch gezien perfecte en misschien zelfs avontuurlijke muziek zijn, maar dan alleen voor de doorgewinterde kenner.

Het Internationaal Jazzfestival Middelburg heeft in vergelijking met andere Europese festivals niet zo’n omvangrijk programma. Des te meer reden om iets heel speciaals te brengen. Iets dat andere festivals niet doen. Maar dat gebeurt niet. De organisatie spiegelt zich liever aan bijvoorbeeld het North Sea Jazz Festival en programmeert zogenaamd ‘breed’. Dat wil zeggen dat er ook groepen worden uitgenodigd die eigenlijk met jazz niets te maken hebben, maar die wel naam hebben gemaakt op andere (grote) podia en waarmee men denkt het grote publiek te trekken. Als een popgroep een blazerssectie heeft, zijn ze geschikt voor een optreden op een jazzfestival. Maar daar doe je de jazzliefhebber geen plezier mee en de popliefhebber gaat liever naar een popfestival. OK, op het North Sea Jazz Festival werkt het wel, maar dat is ook al lang geen echt jazzfestival meer (Wynton Marsalis zei het jaren geleden al). Alle topacts daar komen uit de hoek van de soul of de pop.

Hier zijn dus twee zaken van belang. Ten eerste: de jazzmuziek die wordt geprogrammeerd is zeer goede muziek, maar spreekt niet aan. Ten tweede: popmuziek hoort niet op een jazzfestival.

Breed programmeren is prima, maar zou naar onze mening een andere uitleg dienen te krijgen dan nu het geval is in Middelburg. Een opzet – die voor zover wij weten – op geen enkel jazzfestival wordt toegepast, is die waarbij traditionele jazz (gemakshalve vanaf Louis Armstrong tot en met Charlie Parker) wordt gecombineerd met eigentijdse jazz en goede blues. En dat is, zo weten wij uit ervaring, nog niet zo gemakkelijk. Maar wel onderscheidend. En dat wil het Internationaal Jazzfestival Middelburg graag zijn. En wie weet trekt het festival dan meer publiek en wordt het succes groter.



Deja un comentario